Zo ontstonden er 'leenpyramiden':

    • leenmannen leenden weer aan andere mannen (achterleenmannen);
    • vazalliteitsverhoudingen doortrokken de gehele samenleving;
    • 'geen grond zonder heer' -> in veel gebieden geen of nauwelijks vrije eigendom van onroerend goed meer;
    • 'zonneleen' - vrije eigendom van onroerend goed (leen gehouden van de zon);
    • in het bijzonder zijn grote leenmannen hun lenen als eigendom gaan beschouwen.

    Rapporteer - Plaats commentaar