Welke twee uitzonderingen gelden op de uitsluiting van hoger beroep en cassatie in art. 404 lid 2 Sv en art. 427 lid 2 Sv?

    1. Eerste uitzondering heeft alleen betrekking op het hoger beroep. Dat staat wel open tegen een verstekvonnis als - kort gezegd - de dag v.d. terechtzitting of nadere terechtzitting de verdachte tevoren niet bekend was (art. 404 lid 3 Sv). Deze uitzondering is in de wet gekomen als compensatie voor het schrappen v.h. rechtsmiddel verzet, dat tot 01-03-2007 in art. 399-403 Sv geregeld was. De verdachte kon dat rechtsmiddel alleen aanwenden in gevallen waarin geen hoger beroep openstond. Verzet stond open tegen alle verstekvonnissen, dus ook in gevallen waarin verdachte wel met de dag v.d. terechtzitting of de nadere terechtzitting bekend was. De wetgever heeft hoger beroep in art. 404 lid 3 Sv alleen willen openstellen voor verdachte die niet v.d. dag v.d. terechtzitting wist. Dat valt gezien aanwezigheidsrecht v.d. verdachte goed te begrijpen.
    2. Tweede uitzondering heeft betrekking op cassatieberoep. Tegen arresten van gerechtshoven kan wel cassatie worden ingesteld als de veroordeling - kort gezegd - een verordening van lagere overheid betreft, art. 427 lid 3 Sv. Hetzelfde geldt voor vonnissen van rechtbanken die deze verordeningen betreffen in het geval geen hoger beroep openstaat, art. 404 lid 4 Sv. 

    Rapporteer - Plaats commentaar