Om een beweging te kunnen meten zijn twee grootheden belangrijk: de afstand en de tijd.
Bij een stroboscoopfoto zie je het voorwerp met regelmatige tussenpozen op verschillende plaatsen afgebeeld.
Bij het meten aan een filmpje zie je het voorwerp van beeldje tot beeldje verplaatsen. De tijd tussen twee beeldjes is steeds hetzelfde.
Een vallend voorwerp heeft een versnelde beweging.
De zwaartekrachtversnelling op de aarde is ongeveer 10 m/s^2.
De valsnelheid bereken je met:
Vt = Vo + g x t.

Rapporteer - Plaats commentaar