Neutrofielen (50-70%)
Functie = fagocyteren: omgeven van ziekteverwekkers of celfragmenten in weefsels; geven cytologische enzymen en stoffen af. Ze hebben een korte levensduur. 


Eosinofielen (even groot als neutro's, rode kleur 2-4%)
Functie = vallen met antistof gelabelde stoffen aan via afgifte van cytologische enzymen en/of fagocytose (exocytose).

Basofielen (kleiner, zeldzaam minder dan 1%, paarse kleur)
Functie = gaan beschadigde weefsels binnen en geven histamine en andere stoffen af die de ontsteking bevorderen.


Monocyten (bijna 2x zo groot als rode bloedcellen, grote ovaal/niervormige kern, 2-8%) 
Functie = Agressieve fagocyten, ook wel macrofagen genoemd.  Gaan weefsels binnen om zich tot macrofagen te differentiëren; fagocyteren ziekteverwekkers of celfragmenten. Trekken fibroblasten aan. 


Lymfocyten (iets groter dan rode bloedcellen, grote celkern omgeven door een dunne ring van cytoplasma, lange levensduur 20-30%)
Functie = cellen van het lymfestelsel; verdedigen tegen specifieke ziekteverwekkers of gifstoffen (maar maken geen gebruik van fagocytose). 

Lymfocyten vormen maar een klein deel van de gehele groep witte bloedcellen in het bloed, want op een willekeurig moment bevinden de meeste lymfocyten zich in andere bindweefsels en in organen van het lymfevaatstelsel. 


Rapporteer - Plaats commentaar