In interactie onderscheiden we twee manieren van omgaan met media. Volgens de eerste manier wordt de interactie bewust door de ontvanger aangegaan. Het gaat hierbij om de vraag in hoeverre de ontvanger gebruikmaakt van de mogelijkheden tot interactie die het medium biedt. We hebben daarbij te maken met de kenmerken van het medium als onafhankelijke variabelen in onderzoek. We hebben deze kenmerken in hoofdstuk 3 onderverdeeld in distributiekenmerken, controlekenmerken, formatkenmerken en contextkenmerken. Bij deze vorm van interactie gaat het voornamelijk om controle, ook wel de mate van 'gebruikersvriendelijkheid' van een medium genoemd. In onderzoek wordt gekeken in hoeverre de gebruiker met deze mogelijkheden kan omgaan en omgaat. Voorts is van belang het format, ofwel de vormgeving waarin de mogelijkheden tot interactie verwerkt zitten. In onderzoek wordt nagegaan in hoeverre het format reacties bij de gebruiker uitlokt. Dit noemen we interactie als mediumkenmerk.

Rapporteer - Plaats commentaar