"In hoeverre zijn het bestuur en de RvC verplicht de externe aandeelhouders en de AvA te betrekken bij de besluitvorming over de strategie"?

HR:
(1) Een enqueteverzoek kan alleen betrekking hebben op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan tot aan de datum van indiening van het verzoek (art. 2:349 lid 1). Bij bijzondere omstandigheden met betrekking tot feiten en omstandigheden die zich na indiening hebben voorgedaan, kan afwijking van deze regel worden gerechtvaardigd. 

(2) De te volgen strategie is in beginsel een aangelegenheid van het bestuur; het is aan het bestuur om onder toezicht van de RvC te beoordelen of en in hoeverre, het wenselijk is om in overleg te treden met externe aandeelhouders. Het bestuur is niet verplicht aan de AVA vooraf zijn besluitvorming te betrekken als het gaat om handelingen waartoe het bestuur bevoegd is (HR ABN Amro).

(3) De RvC is belast met het toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken en staat het bestuur terzijde. Dit brengt niet mee dat het RvC een bemiddelende rol speelt bij conflicten tussen bestuur en aandeelhouders. B.P. bepaling III.1.6(f) Code en art. 2:8 lid 1 BW geven geen aanleiding tot een ander oordeel. Een verplichting tot actieve bemiddeling zou in strijd zijn met de beleidsvrijheid van de RvC bij uitoefening van haar taak.

(4) Het bestuur en de RvC zijn gehouden aan de AVA, behoudens zwaarwichtige redenen, alle verlangde inlichtingen te verschaffen (art. 2:107 lid 2). Iedere aandeelhouder kan ter vergadering vragen stellen; daarbuiten hebben aandeelhouders geen recht op het verstrekken van door hen afzonderlijke verlangde informatie.

Rapporteer - Plaats commentaar