H15 Verjaring
334. Inleiding
Verjaring is het door tijdsverloop teloorgaan van het recht om een schuldenaar aan te spreken voor nakoming van zijn verbintenis. De wet geeft verschillende termijnen na het verstrijken waarvan de crediteur niet langer aanspraak kan maken op hetgeen hem toekwam. Tenzij de wet anders bepaalt, is de termijn 20 jaar (art. 3:306).

Na ommekomst van de verjaring blijft een natuurlijke verbintenis bestaan. Verjaring staat aan een opschortingsrecht niet in de weg (art. 6:56); ook een verrekeningsrecht blijft bestaan (art. 6:131 lid 1). Zij blokkeert evenmin een beroep op een vernietigings- of ontbindingsgrond als verweermiddel (art. 3:51 lid 3 en art. 6:268).  

  • A berokkent B onrechtmatig schade. 25 jaar later wordt A door B aangesproken. De vordering is verjaard; A behoeft niet meer te betalen. Doet hij dat toch, dan voldoet hij aan een natuurlijke verbintenis. A kan het bedrag dan niet later van B als onverschuldigd terugvorderen. 

Rapporteer - Plaats commentaar