Grondpatroon zijn de vragen van art. 348 en 350 Sv. In behandeling v.h. verzet van strafbeschikking worden hierop twee correcties en aanvulling gegeven. Welke zijn dit?

  • In afwijking van art. 349 lid 1 Sv kan de nietigheid v.d. oproeping i.p.v. nietigheid v.d. dagvaarding worden uitgesproken, art. 257f lid 3 Sv. En als het verzet niet tijdig of onbevoegdelijk is gedaan, wordt het niet-ontvankelijk verklaard. Hetzelfde geldt als bij het doen van verzet de naam v.d. verdachte dan wel een nauwkeurige aanduiding of kopie v.d. strafbeschikking niet is opgegeven, art. 257f lid 4 Sv. De nietigheid v.d. oproeping en de niet-ontvankelijk verklaring van het verzet zijn einduitspraken waartegen in beginsel gewoon rechtsmiddel openstaat, al noemt de wet deze einduitspraken niet, art. 138, 404 en 428 Sv. Verder schrijft art. 257f lid 3 voor dat de rechter de strafbeschikking vernietigt als hij OM niet-ontvankelijk verklaart of tot een vrijspraak, OVAR of veroordeling komt. Dat is een bijkomende beslissing die de rechter moet nemen naast de einduitspraak die hij geeft. Zij maakt duidelijk dat de strafbeschikking niet meer voor tenuitvoerlegging vatbaar is.

    Rapporteer - Plaats commentaar