geologische verschijnselen van Zuidoost-Azië houden vooral verband met het feit dat er vier aardplaten verschuiven. Zie Bosatlas 150B of  192-193.
Opvallende verschijnselen:
  • eilandenboog: waar een oceanische plaat onder een continentale plaat duikt ontstaan in ondiepe zee een reeks eilanden door vulkanisme en ophoping van sedimenten
  • continentaal plat: deel van een continentale plaat dat onder water ligt, ondiepe zee, zoals het Sundaplat (Indonesië)
  • explosieve vulkaanerupties: zoals in Indonesië van de Tambora (1816, zwaarste ooit) en de Krakatau (1883); daarbij werd een caldera gevormd, te zien op Bosatlas 150D-F. In 1991 barstte op de Filipijnen explosief de Pinatubo uit. Dit ging gepaard met hevige pyroclastische stromen, van hete gesteenten, as en gassen die zich snel (en dodelijk!) in de omgeving verspreidden.
  • lahar: modderstroom door vermenging van vulkanische deeltjes afkomstig van neerslag, smeltende sneeuw of het doorbreken van kratermeren. Ze hebben grote kracht. Gebouwen worden verpletterd, landbouwgrond bedolven.
  • tsunami: door het eilandkarakter is het risico groot bij bevingen van de oceaanbodem zoals in 2004; zie ook Bosatlas 150C.

Rapporteer - Plaats commentaar