Geleidelijk werd duidelijk dat het middeleeuwse wereldbeeld (met namde de filosofie van Aristoteles) niet langer geschikt was om praktische problemen op te lossen. Dit bleek een impuls voor onderzoekers om proeven en metingen te gaan doen, in plaats van verschijnselen te verklaren door iets magisch.

Gevolg: nieuwe dynamica die in 1687 uitmondde in het hoogtepunt van de mechanistische wetenschap: de Principia Mathematica (Wiskundige grondslagen van de natuurkunde) van Isaac Newton.
      Niet rust, maar beweging is het natuurlijke grondprincipe.

De termen mechanistisch en mechanisering hebben dus betrekking op de mathematische mechanica, de basis van de moderne natuuwetenschap. Er was veel aandacht voor kwantificering en rekenen. Dit werkte aanstekelijk op alle terreinen van kennis en maatschappij.
Het mathematische kennisideaal werd verheven tot het criterium van wetenschappelijkheid.

Rapporteer - Plaats commentaar