Er zijn verschillende methoden om de hersenen te bestuderen: TMS, EEG, CT, MRI, PET, fMRI. Leg deze uit:

    • TMS = transcranial magnetic stimulation: d.m.v. magnetische pulsen wordt een bepaald hersengebied gestimuleerd of gedeactiveerd en wordt er gekeken naar de gevolgen daarvan.


    • EEG = Elektro-encefalogram: de elektrische activiteit van de hersenen meten d.m.v. het plaatsen van elektrodes op de schedel.
    Neuroimaging technieken:
        - Anatomie brein in kaart brengen:
    • CT = computerized tomography: de structuur van het brein in beeld brengen d.m.v vele röntgenfoto's gemaakt vanuit verschillende hoeken.
    • MRI = magnetic resonance imaging: de structuur van het brein in beeld brengen d.m.v. het sturen van sterke magnetische pulsen waar de verschillende hersenweefsels verschillend op reageren.
       - Functies brein in kaart brengen:
    • PET = positron emission tomography: de patiënt wordt geïnjecteerd met een radioisotoop van glucose. D.m.v. het uitzenden van positronen kunnen deze isotopen gevolgd worden. Hierdoor is te zien welk gedeelte van het brein veel energie verbruikt bij een bepaalde activiteit.
    • fMRI = functional MRI: meet de breinfuncties d.m.v. het meten van de bloedstroom en het zuurstofgebruik.

    Rapporteer - Plaats commentaar