Afwisselen van injectieplaats
 Spuit dagelijks op hetzelfde tijdstip in hetzelfde injectiegebied:
– Spuit ultrakortwerkende en kortwerkende insuline in de buik;
– Spuit middellange en langwerkende insuline in het been of in de bil;
– Spuit mixinsuline ’s morgens in de buik en ’s avonds in het been.
 Injecteer steeds minimaal 1cm van de vorige injectieplaats. Stel hiervoor een rotatieschema op. Door systematisch roteren binnen het gebied wordt getracht om verandering van vetverdeling (lipodystrofie) en huidbeschadigingen te voorkomen. Je kunt hiervoor een rotatiekaart als hulpmiddel gebruiken. Bij kinderen kan dit ook een hulpmiddel zijn om het injecteren te vergemakkelijken. Leg het tijdstip en injectiegebied vast in het zorgdossier van  de client

Rapporteer - Plaats commentaar