8. Een herroepingsbesluit van een ontbindingsbesluit kan niet meer worden genomen door een b.v. die ex art. 2:19 lid 4 of 6 BW niet meer bestaat.

9. De voor het rechtsgeldig nemen van besluiten geldende vereisten dienen in acht te worden genomen.

10. Bij de herroeping van een ontbindingsbesluit dient inzicht te bestaan in de vermogenstoestand van de b.v. op de datum van ontbinding en de datum van herroeping, alsmede in de ontwikkelingen in haar vermogenstoestand in de tussenliggende periode.

11. Derden mogen geen nadeel ondervinden van de herroeping; dit kan meebrengen dat herroeping slechts toelaatbaar is indien de b.v. compensatie biedt, of garanties geeft of anderszins zekerheid stelt. Hierbij is mede van belang of er vereffeningshandelingen hebben plaatsgevonden.

12. Herroeping heeft geen terugwerkende kracht; reeds verrichte vereffeningshandelingen blijven geldig.

13. Het besluit tot herroeping heeft eerst rechtsgevolg indien de rechter overeenkomstig art. 2:19 lid 2 BW op verzoek van de b.v. een daartoe strekkende verklaring heeft gegeven. Deze uitspraak wordt met overeenkomstige toepassing van art. 2:19 lid 2 BW ingeschreven in de registers waar de b.v. is ingeschreven.

Rapporteer - Plaats commentaar