251. Schrik- en affectieschade
Alleen de gekwetste zelf heeft recht op smartengeld. Art. 6:106 vormt een gesloten stelsel. Wanneer anderen in de directe omgeving in hun leven geconfronteerd worden met een gelaedeerde die bijvoorbeeld ernstig invalide is geraakt, hebben zij geen recht op vergoeding van smartengeld. Deze vorm van schade wordt wel affectieschade genoemd. 

De in de parlementaire geschiedenis terug te vinden argumenten tegen vergoeding van affectieschade zijn: vergoeding van affectieschade leidt tot commercialisering van verdriet en tot onsmakelijke procespraktijken. Verder wordt ook aangegeven dat het bij vergoeding van affectieschade om hoge bedragen zou moeten gaan, hetgeen men onwenselijk vond.

Rapporteer - Plaats commentaar